Wat is kapitalisme?

Politieke, maatschappij, milieu, samenleving, mens en dier.
Post Reply
Chantal
Posts: 103
Joined: Thu Feb 04, 2016 1:59 am

Wat is kapitalisme?

Post by Chantal » Sat Feb 06, 2016 12:56 pm

Kapitalisme is gebaseerd op het privé-eigendom van de productiemiddelen (de bedrijven, de arbeidsplaatsen en het financiële systeem).

Kapitalisten verkrijgen hun inkomen uit dit eigendom, door winst uit hun investeringen te halen, in plaats van door hun arbeidskracht te verkopen zoals de arbeiders. Sommige delen van de economie kunnen publiek eigendom zijn, maar de grote privé-bedrijven vormen het belangrijkste deel van de economie.

Arbeiders creëren de rijkdom
De bron van alle rijkdom in de kapitalistische maatschappij is de arbeid van de arbeidersklasse. Het is de arbeid die zaken hun waarde geeft in de marxistische zin van het woord. De natuur levert de grondstoffen, de lucht, het water, de mineralen en het voedsel dat we nodig hebben om te leven. We kunnen echter de meerderheid van de natuurlijke bronnen niet rechtstreeks gebruiken - ze moeten bewerkt worden om ze voor ons nuttig te maken. Regen bijvoorbeeld kan enkel waarde krijgen wanneer het bewerkt wordt tot drinkwater.

De wet van vraag en aanbod
Kapitalistische economen beweren dat het allemaal afhangt van vraag en aanbod. Als je 1.000 ijsjes hebt en slechts 1 persoon wil er één kopen, dan zullen ze zeer goedkoop zijn. Als je slechts 1 ijsje hebt en 1.000 mensen willen het kopen, zal dat ijsje voor een klein fortuin verkocht worden. Niemand kan dit ontkennen tot op een bepaald punt. Alles zal echter gelijkgeschakeld worden. Als 1.000 mensen ijsjes willen, zal dat meer verkopers ter ore komen. Wat een waar duurder maakt dan het andere, hangt volgens Karl Marx in laatste instantie niet af van vraag en aanbod, maar van de arbeidstijd die in de productie ervan steekt. De wet van vraag en aanbod kan uitleggen waarom een Rolls Royce op het ene moment aan €1.750.000 verkocht wordt en op het andere moment aan €1.500.000. Ze kan echter niet verklaren waarom een Rolls Royce altijd duurder zal zijn dan een ijsje. Dit komt doordat er veel meer arbeidstijd in de productie van een Roll Royce kruipt dan in het maken van een ijsje.

Geld
De arbeidersklasse maakt het geld. Geld is de maat van de waarde. In plaats van "het aantal minuten arbeidstijd" dat het duurt om een blik bonen te maken, hangt er een prijskaartje aan: geld is de uitdrukking van de waarde in de echte wereld. Het is uiteraard zeer onpraktisch als iedereen met elkaar goederen zou ruilen: de kapitalistische maatschappij heeft een uitdrukking nodig voor de waarde van een goed. Er is een uitdrukking nodig die door iedereen gebruikt wordt en dus een uniform systeem vormt. Geld is een dergelijke uitdrukking van de ruilwaarde. Marx noemde het de "universele ruilwaarde". In de reële wereld kan de hoeveelheid geld die in circulatie is in een bepaald land totaal onevenredig worden met de waarde van de goederen en diensten die geproduceerd worden. Dit leidt tot enorme problemen voor de kapitalisten. In de moderne economie bestaat er speculatie en zwendel. Soms drukt een regering extra geld om dringende problemen op te lossen. Maar als er meer geld is dan de echte waarde van de goederen, is inflatie daarvan het resultaat: het geld wordt minder waard.

Arbeid en loon
Kapitaal is geld, machines en materialen die samengebracht worden om arbeiders aan het werk te zetten. Iedere dag, in feite ieder uur van de dag, maken arbeiders hun bazen rijker. Ze hebben er geen zeg in hoe die rijkdom gebruikt moet worden. Ze kunnen hun lonen enkel verbeteren door ervoor te vechten. Deze extra arbeid brengt meerwaarde voort. Deze meerwaarde wordt opgedeeld in de huur van de werkplaats aan de huisbaas, intrest aan de bankier en winsten voor de baas. Alles dat in de winkels verkocht wordt, heeft een beetje meerwaarde in zich. Alles wat gekocht wordt, maakt de bazen rijker. Kapitaal accumuleert en groeit. Bazen investeren niet omdat ze mensen werk willen geven - ze investeren enkel om meer winst te maken. Als er geen winst is, dan is er geen productie. En winst komt voort uit de onbetaalde arbeid van de arbeidersklasse. De baas zal proberen de lonen en de "noodzakelijke arbeidstijd" (de tijd waarin de arbeider goederen of diensten produceert die een waarde hebben gelijk aan het loon dat uitbetaald wordt) zo laag mogelijk te houden om de winsten op te drijven. Uiteindelijk wil hij net genoeg loon geven om de arbeider gezond genoeg te houden om terug te komen werken en om een nieuwe generatie arbeiders te laten opgroeien. Maar zelfs dat is geen vaststaand gegeven. In periodes van hoge werkloosheid zal het de baas niet kunnen schelen als de arbeider ongezond wordt door de lage lonen - zolang er anderen zijn om zijn/haar plaats in te nemen. De werkende klasse moet de balans in de andere richting duwen. Door zich te organiseren in een vakbond kunnen de arbeiders de bazen dwingen hun lonen te verhogen.

Verdeling meerwaarde
Loonsverhoging zou leiden tot economische crisis. Als we echter kijken naar de werkdag zien we dat dit niet juist is. Bij een loonsverhoging wordt de "koek" op een andere manier verdeeld. De verhouding tussen de noodzakelijke arbeid en de meerwaarde verschuift dan in het voordeel van de arbeiders. De arbeiders krijgen meer en de bazen minder. De totale waarde van de goederen is niet veranderd. Bijna iedere strijd in de werkplaatsen komt neer op een strijd over die grenslijn tussen de lonen en de meerwaarde. Ieder conflict over de koffiepauze, over premies en overwerk gaat over hoeveel "gratis arbeid" de arbeiders voor de baas verrichten. Door de arbeid te herverdelen, bijvoorbeeld in een 32-urenweek, zonder loonsverlies en met bijkomende aanwervingen, wordt het aandeel dat aan de arbeider betaald wordt vergroot. Het is een logische eis als oplossing voor de werkloosheid. Maar het houdt ook in dat de meerwaarde voor de bazen zou dalen. De bazen zullen natuurlijk niet zomaar toegeven aan deze eis en hun winsten afstaan. Daarom kan een eis als de 32-urenweek enkel afgedwongen worden door een strijd van de arbeidersklasse.

Overuren
Het feit dat veel arbeiders anderhalve of dubbele beloning krijgen voor overuren toont aan dat meerwaarde bestaat. De bazen kunnen meer betalen en nog steeds winst maken. Veel arbeiders zouden een 32-urenweek willen maar worden in laagbetaalde deeltijdse jobs gedwongen door het gebrek aan echte jobs en aan voorzieningen zoals goedkope kinderopvang. Deze deeltijdse en tijdelijke jobs bezorgen arbeiders weinig rechten, waardoor ze zeer winstgevend zijn voor de baas. Een andere manier waarop de bazen de meerwaarde kunnen verhogen is door de productiesnelheid op te drijven, bijvoorbeeld door de band een tandje hoger te zetten of via "just-in-time" en dergelijke.

De Machine
Het geheim van de ontwikkeling van het kapitalisme ligt in het gebruik van machines. Iemand die moderne machines gebruikt zal in het algemeen altijd productiever en dus winstgevender zijn dan een arbeider met oude (of zonder) machines. Zo is de industrie in de Randstad over het algemeen inderdaad moderner dan de traditionele sectoren in Friesland. Van stoomkracht tot de meest moderne computergeleide productiesystemen, het is altijd het zelfde liedje geweest. Het versnellen van de productie om zo snel mogelijk de loonkosten te produceren en dus de meerwaarde per arbeider massaal te verhogen. In moderne auto-fabrieken worden de lonen zo snel geproduceerd dat de arbeiders voor een groot deel van het jaar gratis werken voor de baas. Nieuwe technologie biedt het potentieel om de werkweek te verkorten tot een paar uur. Onder kapitalisme betekent die "arbeidsbesparende techniek" echter een mes in de rug van de arbeiders. De kosten van de machines zijn zo hoog dat de baas de productie opdrijft om schulden af te betalen. En de machines vervangen arbeid. Dit feit bleef verborgen gedurende de grote economische groei van 1950-1973. Terwijl grote investeringen plaatsvonden in lopende band-systemen (bvb. in auto-fabrieken), waren nog steeds grote aantallen arbeiders nodig om de machines te bemannen. De hedendaagse technologie heeft echter steeds minder arbeiders nodig. De huidige fabrieksarbeiders werken zich dood. De rest verveelt zich in de werkloosheid, niet in staat goederen en diensten voort te brengen die nuttig zijn voor de maatschappij.

De dienstensector
Heel wat mensen werken niet in de productieve industrie. Er is een groei in "diensten" als financiën en winkels geweest. Veel arbeiders in de dienstensector produceren meerwaarde voor de bazen. Arbeiders in MacDonald’s produceren winst door het feit dat ze hamburgers kunnen bakken aan een heel laag loon. Mensen moeten niet iets kunnen "maken" om meerwaarde te produceren. Een assistente in een privé-crèche produceert winst voor haar baas, net als een fabrieksarbeider. Een groot deel van de dienstensector is betrokken in het verkopen van goederen en diensten. Winkels presenteren goederen op een aantrekkelijke manier opdat mensen ze zouden kopen. Veel financiële maatschappijen spenderen enkel hun tijd aan het aan de man brengen van geld bij kapitalisten en arbeiders. Deze diensten zijn grotendeels "onproductief" in de kapitalistische zin dat ze geen meerwaarde produceren. De bazen in deze sector maken winst door een deel van de meerwaarde in te pakken die geproduceerd wordt in de bedrijven waaraan ze diensten leveren. Het maakt hen in ieder geval niet vriendelijker voor hun personeel. De "logica" van de winst stelt ook dat een overheidssector per definitie "onproductief" is en dus maar geprivatiseerd moet worden. De arbeiders in de openbare diensten worden betaald uit de inkomsten van de regering. Ze maken dus geen meerwaarde voor de bazen. Nationalisatie en de welvaartstaat werden in het verleden door de arbeidersstrijd afgedwongen. De kapitalisten waren bereid een deel openbare sector te accepteren om de arbeidersklasse te voorzien van ziekteverzorging en onderwijs. Ze hadden ook transport nodig en goedkope elektriciteitsvoorzieningen van de staat om hen te helpen winst maken. Het doel van de privatiseringen is sociaal nuttige jobs direct in het winstsysteem te brengen. Dit geeft de rijken een dubbele winst: de mogelijkheid een extra winst te boeken (enkel die delen van de openbare diensten die erg winstgevend zijn worden geprivatiseerd) én belastingsverlagingen tegenover de staat (de bedrijven moeten voor vroegere openbare diensten niet langer beroep doen op de overheid, maar kunnen rekenen op hun eigen bedrijven). De dienstverlening aan de bevolking staat uiteraard onderaan op de lijst van prioriteiten.

Banken
Terwijl de meerwaarde steeds groter wordt, kunnen financiële instellingen het geld dat door arbeid wordt gecreëerd, beginnen te verhandelen. Grote banken worden giganten. Bouw- en verzekeringsmaatschappijen en pensioenfondsen zijn ontwikkeld om het geld te verhandelen en er winst op te maken. De moderne kapitalist heeft het bedrijf waarin hij investeert misschien nooit van binnen gezien. De beurs maakt aandelenlijsten van de grote bedrijven en de regeringsstocks. Het tijdverdrijf van de kapitalisten bestaat erin aandelen uit te kiezen waarmee ze denken het meeste geld te kunnen verdienen. De grootste casino’s bevinden zich op de "financiële markten". Door het kopen en verkopen van munten wordt dagelijks miljarden over de hele wereld verhandeld. Daarom blijft er ook geen geld over voor een goed sociaal zekerheid.

De crisis
Op een bepaald moment dachten sommige kapitalistische economen dat een economische crisis te wijten was aan zonnevlekken of aan de planeet Venus. Anderen zeggen dat het aan het seizoen ligt (in oktober bvb. doen de beurzen altijd lastig).Vandaag wordt de schuld ook dikwijls op de computers gestoken. De essentie van het kapitalisme is dat de productie grenzen heeft. Wanneer die grenzen bereikt worden, gaan fabrieken dicht en worden mensen op straat gegooid. Deze crisissen worden veroorzaakt omdat er teveel kapitaal is om de winsten op peil te houden (dit wordt "overaccumulatie" genoemd).

Hoe kan er nu "teveel kapitaal" zijn? Het kapitalisme hangt af van winst en de winstvoet: als die niet hoog genoeg zijn, wordt de productie gewoon gestopt, los van de behoeften van de bevolking.

Kapitalisten investeren hoge sommen in machines om de meerwaarde die iedere arbeider produceert te vergroten. Terwijl de arbeiders enorme winsten produceren, kan er een trend zijn waarbij de kosten van de machines de winstvoet voor de bazen doet dalen.

Arbeiders worden niet voor een volledige werkdag betaald. Ze kunnen dan ook niet alle goederen die ze produceren terugkopen. Het kapitalisme probeert dit te overkomen door de verkoop van extra goederen tussen leden van de kapitalistische klasse onderling. Uiteindelijk zorgt het kapitalisme voor "overproductie": er wordt meer geproduceerd dan de maatschappij kan kopen. In de kapitalistische markteconomie is er geen democratische controle op de productie. Dit kan leiden tot crisis.

Recessie
Economische groei gevolgd door een recessie komt vaak voor in het kapitalisme. Arbeiders bouwen de productie op gedurende een periode van groei, om ze later te zien afbreken. Op het hoogtepunt van een economische ‘boom’ stoot het kapitalisme op grenzen dat het niet kan doorbreken. Investeringen leiden tot verhoging van de kosten voor machines, wat op zijn beurt weer kan leiden tot een verlaging van de winstvoet. Het gebrek aan koopkracht kan de verkoop schade toebrengen. Bankiers en regeringen hebben angst voor de toekomst en verhogen de intrestvoeten: leningen worden duurder. Door de kosten voor leningen te verhogen, stijgen dan natuurlijk de kosten voor de industriële kapitalist (die z’n investeringen financiert met leningen) en wordt zijn winst aangevreten.

Inflatie
Inflatie kan toeslaan als de financiers de industrie links laten liggen en overgaan tot speculatie op de geld- en eigendomsmarkten. Er is een "overaccumulatie" van kapitaal en het kaartenhuisje stort ineen. In de diepte van een recessie draaien de fabrieken minder uren of sluiten ze, de werkloosheid is hoog en de winkels hebben constant solden. Banken voeren lage intrestvoeten in om mensen aan te zetten tot leningen. Kapitalisten zullen enkel investeren als ze er geld kunnen uitslaan. Op het moment dat bedrijven verlies boeken, of een zeer lage winst, zullen kapitalisten hun geld eruit wegtrekken en elders hun heil zoeken - dikwijls buiten de industrie en in financiële markten. Bedrijfssluitingen en massale ontslagen zijn daarvan de resultaten. Dit gebeurde de laatste decennia ook in de Nederland.

Geschiedenis
Zoals er "booms" en recessies zijn op korte termijn, zijn er ook langdurige trends in het kapitalisme. Van ’50 tot ’73 kenden we een periode van stijle groei en hoge winsten. De oliecrisis en problemen met de VS-dollar zorgden echter voor verandering. De onderliggende redenen zaten dieper. Grootschalige lopende band-productie zorgde voor stijgende winsten en volledige tewerkstelling in de belangrijkste kapitalistische landen. Deze methodes waren echter niet in staat de stijgende winsten tot in het oneindige te blijven toestaan. Tegen het einde van de jaren ’60 begon een einde te komen aan de hoge winstvoet en de productiviteitsverbeteringen. De controle van de VS over de wereld stond onder druk van Japan en Duitsland.

Sinds ’73 leven we in een depressie: een lange periode van problemen en crisissen voor het kapitalisme. De groei en de winstvoet zijn laag in vergelijking met de voorgaande periode. Er werd nieuwe technologie ontwikkeld in de werkplaatsen maar dat loste de problemen niet op. De massale investeringen in machines drijven de kosten op en doen daardoor de rentabiliteit verminderen. Nieuwe technologie onder het kapitalisme heeft nieuwe ontslagen tot gevolg. De enorme werkloosheid in de ontwikkelde kapitalistische landen betekent minder koopkracht en dus minder geld om producten te kopen.

Post Reply

Who is online

Users browsing this forum: No registered users and 1 guest