Page 1 of 1

Is Nederland machteloos binnen ECB?

Posted: Sun Jan 08, 2017 5:54 pm
by Ursula
Nederland is best machteloos binnen de Europese Centrale Bank (ECB). Dit komt door veranderende stemverhoudingen. Of Nederland iets te zeggen heeft hangt af van de maand waarin gestemd wordt. Dit blijkt uit de statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken (ESCB).

De stemverhoudingen worden bepaald binnen een roulatiesysteem.

Roulatiesysteem
In het roulatiesysteem zijn er 21 stemmen: zes stemmen voor de zes directieleden van de ECB en vijftien stemmen voor alle centralebankpresidenten van de lidstaten, ongeacht hun aantal. Dat betekent dat bij iedere vergadering een aantal landen dus geen stemrecht meer heeft. Wie dat zijn, dat verandert eens per maand. Wel is het zo dat alle presidenten bij de vergadering aanwezig zijn en het spreekrecht behouden, zelfs als ze die maand geen stemrecht hebben. Op die manier is het voor die groep van niet-stemgerechtigden nog altijd mogelijk net te doen alsof ze wat te zeggen hebben.

Nog ingewikkelder
Eigenlijk is het antwoord op de vraag of Nederland iets te zeggen heeft nog ingewikkelder. Zolang er minder dan 22 eurolanden zijn, worden de centralebankpresidenten daarvan verdeeld in twee groepen. In de eerste groep zitten vijf landen, die vier stemmen verdelen. Elke maand is er dan één land die geen stemrecht heeft. De overige landen zitten in de tweede groep; zij hebben elf stemmen te verdelen.

Als er 22 of meer eurolanden zijn, komt er nog een derde groep. Maar dat verandert niets aan de samenstelling en stemrechten van de eerste groep.

In welke groep zit Nederland?
Of een centralebankpresident uit een euroland in de eerste of tweede groep komt te zitten, hangt af van twee factoren:
- het geaggregeerde bruto binnenlands product (bbp) van het eurogebied (dit telt voor 5/6 mee) en
- de omvang van de financiële sector van dat land in verhouding tot die van het eurogebied.

Het Nederlandse bbp is in omvang het vijfe van de eurozone. Ook heeft Nederland een relatief grote financiële sector. Dat verzekert Nederland ervan om 4 op 5 maanden stemrecht te hebben en dus iets te zeggen te hebben. Nederland kan nog minder vaak stemrecht krijgen als het Verenigd Koninkrijk de euro invoert of als Polen grote economische groei doormaakt en Nederland voorbij streeft in de omvang van de economie.